Over mij

Ik ben Eeke Grotenbreg en werk in een bovenbouwklas op de Zevende Montessorischool in Amsterdam. Toen ik nog op de pabo zat kreeg ik voor de module ICT in de klas de opdracht een blog te maken. Zie hier het resultaat.

vrijdag 5 juni 2009

Bericht achttien

Chaos. Maar wel een zeer gezellige chaos. Er wordt gelachen, gezwaaid, door een aantal bijna gevallen, en zoals op elke groepsfoto, totaal de verkeerde kant op gekeken. Vooral door die met die blonde paardenstaart. Alleen de juffen staan een beetje chagrijnig op de foto. Of komt dat door de stress?
De schaatsbaan was een beetje klein en heel erg nep. De huurschaatsen zaten niet zo lekker. Als je al de juiste maat had kunnen vinden. En het gleed allemaal niet zo lekker mee.
Toch was het super-gezellig. Misschien kwam het alleen door de liters chocolademelk en het vele speculaas. Of was het die fantastische muziek op de achtergrond. Vooral de polonaise was erg populair onder de leerlingen. En ook de pirouettes werden eindeloos gedraaid.
Ik was er best trots op dat uiteindelijk alle leerlingen de schaatsen hebben aangehad en een rondje hebben meegeschaatst. Terwijl in de ochtend nog meer dan de helft van de klas er geen zin in had.
Volgende doel is al deze leerlingen ook tegelijkertijd op één foto te krijgen. (Zie rechts achter de laatste twee te laat aan komen rennen.)

maandag 20 april 2009

Bericht zeventien


De kraanvogel staat symbool voor geluk, een lang leven (volgens meerdere legendes kunnen de vogels wel duizend jaar oud worden) eer, trouw (de vogels leven in paartjes en blijven een heel leven lang bij elkaar. Het vouwen van 1000 kraanvogels door een echtpaar vóór het trouwen zou zorgen voor een goed huwelijk. Want, voor het vouwen van zoveel vogels is geduld en begrip voor elkander nodig. Eigenschappen die in een goed huwelijk ook noodzakelijk zijn.) en vrede (‘Ik zal vrede op jullie vleugels schrijven…’ is een beroemde uitspraak van Sadoka. Een meisje dat op haar sterfbed begon met vouwen van 1000 kraanvogels. Dit, hoe tragisch ook, niet haalde en stierf na 964 vogels te hebben gevouwen. Sadoka was ziek door de besmetting van een radioactieve bom.)
Geluk, een lang leven, eer, trouw en vrede. Mooie dingen, genoeg redenen om te vouwen, en vooral veel te vouwen. Want hoe meer vogels hoe meer geluk, trouw, eer, vrede en langer leven. Toch? De leerlingen uit mijn stageklas zijn inmiddels hard op weg. In ieder geval meer dan 50 zijn er al opgehangen in het lokaal. Misschien halen we de 1000 volgend schooljaar?
Het vouwen gaat gepaard met veel gezucht, gesteun en gemopper. Want het is moeilijker dan je denkt en het papier doet nooit wat jij wilt. Toch wordt er elke dag weer minstens tien keer aan mij gevraagd wanneer er weer vogels worden gevouwen. Misschien is dat de trouwheid, waar ook de legendes over spreken, die nu al zijn werking heeft?

woensdag 8 april 2009

Bericht zestien


Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.
En in dit land zijn alle avonturen hetzelfde,
van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn andere muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.
En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.
Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen...
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

Bron: Annie M.G. Schmidt

zondag 29 maart 2009

Bericht vijftien


Al enkele malen had ik de leerlingen gewaarschuwd. Dat zij nu echt geconcentreerd aan het werk moesten gaan. Zij reageerden op mijn waarschuwing, en de concentratie was er even maar niet lang. Snel werd er onderling al weer heftig overlegd en op elkaar gereageerd.
Ik besloot even bij het groepje te gaan zitten. ‘Jongens,’zei ik, ‘jullie mogen best overleggen.’ ‘Maar probeer dit zachtjes te doen en niet te veel.’
‘Maar ze geloven niet in God juf!’ reageerde één, wijzend naar zijn klasgenoten in het groepje. Het hoge woord was eruit. ‘Dat is toch dom juf?’ ‘Dat is toch verschrikkelijk dom?’ ‘Straks gaan ze dood en dan?’ ‘Wat dan?’ ‘Dan komen ze Hem tegen, nou dan schrikken ze zich een hoedje.’
De leerling ratelde door. Te verbaasd om mij, of zijn klasgenoten de mogelijkheid te geven om te reageren. Hij was echt oprecht zo ontzettend verbaasd dat andere zo gek waren om niet te geloven in God. De klasgenoten die bij hem in het groepje zaten keken hem, mij en elkaar verbaasd aan. Een paar mompelde iets over ‘dat mag ik toch zelf weten’. Maar echt duidelijk en met volle zekerheid werd dit nog niet gezegd.
‘Hoe denken ze dan dat al de mensen op de wereld komen?’ ‘Zomaar?’ ‘Uit het niets?’ ‘Denken ze dat er zomaar opeens, ploep, ploep, ploep mensen op de wereld waren?’ ‘Dat kan toch niet juf?’
En acht vragende kinderogen keken mij afwachtend aan. Wachtend op het goede antwoord wat de juf altijd geeft.

Ik vertelde de leerlingen kort over de vrijheid in Nederland om wel of niet te geloven in een God. ‘Iedereen in Nederland mag zelf weten of hij of zij in een God gelooft en in welke God hij of zij gelooft.’ De vraagtekens in de ogen van de leerlingen verdwenen langzaam. ‘Het is belangrijk dat iedereen deze keuze van elkaar accepteert.’ ‘In Nederland leven en werken wij samen met mensen die allemaal in een andere, of in geen, God geloven.’ De leerlingen knikten instemmend, maar of deze boodschap echt over is gekomen weet ik niet zeker.

Als dit mijn eigen klas was geweest had ik waarschijnlijk de leerlingen even laten stoppen met het werk waar zij op dat moment mee bezig waren. Een gesprek over de vrijheid om wel of niet te geloven in een God vind ik zeer belangrijk en leerzaam.
Helaas viel ik in bij een klas wat niet mijn stageklas was. Een klas waar ik de leerlingen niet goed kende en een klas vol leerlingen die behoorlijk druk en gespannen waren door steeds verschillende invallers. De situatie deed mij besluiten dit gesprek niet klassikaal te voeren. Maar dit zou ik in de toekomst zeker nog een keer doen. Misschien met deze leerlingen, misschien met andere.

zaterdag 21 maart 2009

Bericht veertien


‘In Nederland zijn kinderen vanaf 5 jaar tot het einde van het schooljaar waarin zij 16 jaar worden op grond van de Leerplichtwet verplicht naar school te gaan (leerplichtig). Als ouder of verzorger moet u uw kind inschrijven op een school en ervoor zorgen dat uw kind naar school gaat. De leerplicht geldt voor iedereen die in Nederland woont. Ook kinderen met een niet-Nederlandse nationaliteit, asielzoekers in de leerplichtige leeftijd en kinderen die illegaal in Nederland verblijven, moeten dus verplicht naar school.’ (Bron: www.Postbus51.nl)
‘Onderwijs is het beste wapen tegen armoede.’ (Bron: reclame Oxfam Novib, ambassadeurs van het zelfdoen, maart ’09 wwww.oxfamnovib.nl)
In Nederland geldt sinds 1901 De Wet op Leerplicht. Deze wet is de loop der tijd aangepast en veranderd. Liever zie ik deze wet als een recht op onderwijs. In Nederland hebben alle kinderen vanaf vijf tot zestien jaar recht op onderwijs (zij zijn hier zelfs tot toe verplicht, zie daar weer de wet.) De Nederlandse samenleving is bevoorrecht met deze wet, ofwel met dit recht. Ik zie dit recht als iets waar wij, als de Nederland samenleving, trots op moeten zijn. In vele landen op de wereld hebben veel kinderen, of alleen meisjes, niet de mogelijkheid enig onderwijs te volgen. ‘Onderwijs is het beste wapen tegen armoede’, zoals ook al ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib stelt. Of onderwijs écht het allerbeste wapen is tegen armoede weet ik niet voor de volle honderd procent zeker. Dat onderwijs één van de beste wapens tegen armoede is weet ik wel zeker. Door kinderen, en volwassenen, de mogelijkheid te geven onderwijs te volgen wordt hen een kans geboden voor de toekomst. Onderwijs laat kinderen een eigen individu worden. Onderwijs vormt kinderen tot volwassenen die zelfverantwoordelijk en zelfredzaam zijn en die op een constructieve manier lid zijn van de samenleving. Mede door deze zelfverantwoordelijkheid en zelfredzaamheid, en daarnaast door de vele kennis die wordt geleerd in het onderwijs, hebben kinderen de mogelijkheid in de toekomst een baan te vinden en zo niet in (extreme) armoede te hoeven leven.

maandag 29 december 2008

Bericht twaalf

(Zie bericht tien )
Reizen.
Mijn oom ging op reis met de trein. Hij was nieuwsgierig naar de landen buiten Europa. Hij wilde meer te weten komen over andere culturen. Het werd een lange reis. In de trein van Nederland naar Duitsland ging er iets mis. Er ontstond een conflict tussen mijn oom en de conducteur. Mijn oom kreeg een plekje in een vieze wagon. Het stonk er naar bier en er lag overal confetti op de grond. Misschien was er Carnaval in de trein gevierd? Ook zaten er een paar dronken mannen achter hem. Zij waren continu gekke liedjes aan het zingen. Mijn oom irriteerde zich constant aan hen. Hij vroeg beleefd of de mannen misschien zachtjes konden zingen. Maar het contact tussen de mannen en mijn oom verliep niet echt soepel. Toen de conducteur langs kwam om de kaartjes te controleren klaagde mijn oom over de dronken mannen. Volgens de conducteur kon mijn oom voor een klein bedrag een ander plekje krijgen. ‘Graag contant betalen’ zei de conducteur. Omdat mijn oom geen klein geld bij zich droeg had hij pech. ‘Wat een vreemde cultuur in de trein van Nederland naar Duitsland’ concludeerde mijn oom.

woensdag 26 november 2008

Bericht elf

Ik houd van Holland. Het thema op mijn stageschool vanaf de herfstvakantie tot aan de kerstvakantie. Een thema over de herkenbare landschappen van Nederland en de eigenwijze eigenschappen van de inwoners. Een thema over de molens en bruggen. Over de duinen, de regen en de deltawerken. Maar ook over Sinterklaas, de twaalf provincies en Maxima.
De Delfsblauwe Tegel als een typisch Hollands voorwerp. Hoe teken je een weiland met diepte? En waarom is de sloot in het midden niet blauw? Waar staan de wieken op een molen? En is een blauwe tulp wel te herkennen?
(De Unox-worst staat net niet op de foto maar is zeker wel een Hollands iets. Waar die ezels vandaan komen is voor mij een vraag, voor de leerlingen een weet. En die klomp is verkeerd om opgehangen!)